Location: Zuid-Holland
Status Ontwerpend onderzoek
Client: Provincie Zuid-Holland, Regio van de Toekomst
In cooperation with: KuiperCompagnons, Plein06, Urbanos, Studio Tenesha Caton, fotos: Geert van der Wijk

De woningbouwopgave in Nederland is gigantisch. Een belangrijk deel daarvan kunnen we realiseren met hoogwaardig hergebruik van sloopmaterialen. Daardoor hoeven we veel minder zand en grind te winnen en aan te voeren. Dit scheelt enorm veel vervoersbewegingen over een toch al dichtgeslibd wegennet. Bovendien heeft het minder energiegebruik en CO2-uitstoot tot gevolg. Misschien nog wel belangrijker is dat het een nieuwe maakindustrie betekent die een impuls geeft aan de lokale en regionale economie, smoel geeft aan gebiedsontwikkeling en sociale meerwaarde biedt.

Kick-start
De woningbouwopgave in Zuid-Holland wordt voor een groot deel gerealiseerd binnen de Verstedelijkings­alliantie op binnenstedelijke locaties. We kunnen een deel van deze opgave realiseren met hergebruik van Nederlands sloopmateriaal. De stedelijke as Den Haag – Rotterdam, met de Schie als slagader, zien wij als het kloppende hart van deze bouwinnovatie. Langs de Schie bevinden zich veel herontwikkellokaties, waar een transformatie van bedrijvigheid naar woningbouw is voorzien, maar ook klassieke maakindustrie in de vorm van betoncentrales. Slimme combinaties van deze twee milieus betekenen een herinterpretatie en herwaardering van dit soort terreinen. Bovendien biedt de positie langs de Schie de kans de goederenstromen over water te realiseren, wat enorm veel congestie op de weg scheelt. We hebben drie gebieden langs de Schie geïdentificeerd – het Zeeheldenkwartier, de Schieoevers en de Spaanse Polder – die elk op hun eigen schaal en wijze laten zien wat de mogelijkheden zijn voor een kick-start van het re-use en recycleproces.

Inrichtingsprincipes NOVI
Wij hebben in dit onderzoek de inrichtingsprincipes van de NOVI centraal gesteld. Zo voorkomen we, door circulair bouwen centraal te stellen, het afwentelen van de (negatieve) gevolgen van de voor ons liggende woningbouwopgave op de naaste toekomst (congestie, CO2-uitstoot) en de verre toekomst (slopen van gebouwen die nu worden opgericht). Binnen het spectrum van het circulair bouwen (‘reduce’, ‘re-use’, ‘recyle’ en ‘rethink’) hebben wij ons gericht op re-use en recyle, omdat dit goed aansluit bij huidige bouwketen en dus snel te implementeren is. We hebben gezocht naar de mogelijkheden om die ambitie te combineren met andere doelstellingen, zoals het verminderen van mobiliteit, (innovatie in) de bouwlogistiek en het bieden van werkgelegenheid. We hebben ook gekeken naar de onderlinge relaties van deze gebieden en de verbinding met de directe omgeving. In de ruimtelijke vertaling van deze combinatiemogelijkheden hebben we de kwaliteiten en identiteiten van de regio, en de deelgebieden in het bijzonder, als vertrekpunt genomen. Deze inrichtingsprincipes zijn concreet toegepast op de drie gebieden langs de Schie.

Zeeheldenkwartier: ambachtelijke circulariteit op wijkniveau
In deze karakteristieke Haagse wijk worden veel panden van binnen gemoderniseerd en van buiten verduurzaamd. Hier geld het 1000 x 1-principe: het zijn kleine op zichzelf staande verbouwingen die alles bij elkaar wel grote materiaalstromen op gang brengen omdat gewone huis-tuin-en-keukenproducten zoals verwarming en keukenblokken in de wijk worden geupcycled. Zo ontstaat een constante behapbare materiaalstroom met echte parels: de vintage paneel- en ‘en suite’-deuren zijn gewild en kunnen vaak in dezelfde buurt worden opgeslagen en hergebruikt. De buurtwinkel in historische bouwmaterialen maakt meteen ook even de deur voor je op maat en zet het glas-in-lood-raam in dubbel glas. Alleen al het hergebruik van de oude dakpannen die ondanks (of dankzij?) de hoge leeftijd een hoge kwaliteit hebben, scheelt enorm veel materiaal. De lokale, kleinschalige, ambachtelijke en circulaire economie – eventueel in de vorm van ruilhandel – die zo ontstaat, draagt bij de sociale cohesie. Ontstaan er overschotten, dan gaan ze (net als het puinafval) via een lokale verzamelplaats aan het water per schip naar de ‘hub’ in Spaanse Polder waar ze (inter)nationaal kunnen worden verspreid. De typologie van het Zeeheldenkwartier is representatief voor veel woonwijken waar veel panden worden opgeknapt als gevolg van ‘gentrification’ en verduurzaming, zoals het Oude Westen en Noord in Rotterdam en vele wijken elders in Nederland.

Schieoevers: circulaire maakindustrie in gebiedsontwikkeling 3.1
Op de Schieoevers, waar nu nog bedrijven in de bouw, groothandel en transport gevestigd zijn, is een groot deel van de bouwopgave van Delft gepland (15.000 woningen en werkruimte voor 10.000 werknemers). De ambitie is nu de vrijkomende ‘signature’ materialen gelijk in te zetten als grondstof op de locatie zelf, waardoor mobiliteit tot een minimum wordt beperkt. Het welslagen hiervan is vooral afhankelijk van de mogelijkheden slim te slopen en de materialen tussentijds in de restruimte op te slaan. Daarom is het van belang ruimte te reserveren voor de nieuwe circulaire maakindustrie die dit mogelijk moet maken (zoals een cargo hub). In dit ‘mega field lab’, waar voldoende experimenteerruimte, innovatie en creativiteit onontbeerlijk zijn, koppelen we de ‘om de hoek’ gelegen TU en de Bouwcampus aan het lokale bedrijfsleven. Deze opzet is mogelijk ook toepasbaar op in ontwikkeling zijnde terreinen zoals de Binckhorst en de Plaspoelpolder.

Spaanse Polder: de (boven)regionale hub van de circulaire economie
De Spaanse polder wordt dè motor voor het circulaire bouwen in de regio Rotterdam-Den Haag. In een Material/Circulair Hub, die kan worden gevestigd in de vrijkomende havenclusters als gevolg van recente ontwikkelingen (energietransitie en digitalisering), worden per schip de materialen verzameld, opgeslagen en weer (inter)nationaal gedistribueerd. We sluiten daarmee aan op de sterke maakindustrie in de Spaanse Polder: producten uit de regio die kunnen worden hergebruikt, worden op maat gemaakt. Aan andere restproducten wordt waarde toegevoegd, zoals designlampen van gerycled materiaal en meubels van sloophout. We zoeken nadrukkelijk de relaties met ontwikkelingen die al gaande zijn op het terrein en in de omgeving. Zo is er al een Food Hub op de Spaanse Polder in ontwikkeling. Bovendien kunnen werknemers worden betrokken uit de nabijgelegen wijk Spangen, wat bijdraagt aan de sociale ontwikkeling hier. Verder is van belang dat de materialen direct om de hoek kunnen worden ingezet bij de realisering van Schieveste, het hoogstedelijke woningbouwproject rondom station Schiedam. De hub geeft zo niet alleen een nieuwe positieve identiteit aan het bedrijventerrein zelf, maar fungeert ook als vliegwiel voor ontwikkeling van het gebied eromheen.

Geschakeld
De drie gebieden zijn complementair aan elkaar (en daarmee in zekere zin ook circulair) omdat ze elk voor zich op een apart schaal- en abstractieniveau opereren. Ze kunnen ook achter elkaar geschakeld worden: zo kunnen materialen die niet passen op de Schieoevers tijdelijk worden opgeslagen op de bovenregionale hub in de Spaanse polder en kunnen medewerkers met gespecialiseerde kennis worden uitgeruild tussen dit gebied en het Zeeheldenkwartier. Eén ding hebben de drie locaties gemeen; ze zijn alle opschaal- en herhaalbaar, verbindbaar en realiseerbaar. Er is wel voldoende ruimte voor opslag nodig. Niet alle goederen kunnen direct hergebruikt worden. Vooral maatproducten zullen moeten wachten tot er een goede plek voor ze is gevonden.
 
Aanbevelingen NOVI
Dit regionale perspectief levert de volgende interessante aanbevelingen op voor de NOVI:
1. Ga met lokale en regionale overheden na op welke schaal ruimtereserveringen nodig zijn. Onderzoek of deze extra zijn of in de plaats komen van huidige onderdelen van de bouwlogistiek. Identificeer daartoe experimenteerlocaties op verschillende schaalniveaus.
2. Organiseer de lokale, regionale en nationale markt voor hoogwaardig hergebruik. Zet in op betere monitoring en data (informatie) en het slim verbinden van stromen en opgaven (door sociale media, lokale productie et cetera).
3. Stimuleer innovatie in de keten: welke bouwmaterialen en inrichtingswijzen zijn verantwoord?
4. Onderzoek de mogelijkheden om het instrumentarium van de Omgevingswet zodanig in te zetten dat circulair bouwen en het mengen van maakindustrie en woningbouw makkelijker in het stedelijk weefsel kan worden ingepast.
5. Benader circulariteit integraal en niet als los thema: zowel op nationaal niveau (aansluiting thema’s economie, energietafel en mobiliteit) als lokaal: niet sectoraal beschouwen van wonen of werken maar het maken van slimme combinaties.